Wet op het financieel toezicht (Wft)

De Wet op het financieel toezicht (Wft) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Deze wet regelt het toezicht op de financiële sector in Nederland. De wet is de opvolger van de wet financiele dienstverlening (WFD).

Kort door de bocht bepaalt de Wet op het Financieel Toezicht (WFT) o.a. dat financieel dienstverleners een vergunning moeten hebben om te mogen bemiddelen in complexe producten. Deze vergunning kunnen zij krijgen op het moment dat zij aan integriteiteisen, solvabiliteitseisen alsmede diploma-eisen voldoen.

De diploma-eisen gelden niet alleen voor de zogenaamde feitelijk leidinggevenden, maar ook voor alle werknemers met klantcontact. Om te mogen bemiddelen is een combinatie van diploma's nodig. 

Complexe producten zijn bijvoorbeeld : bepaalde verzekeringen, kredieten, hypothecaire financieringen (hypotheken), etc. Deze vergunning kunnen zij krijgen op het moment dat zij aan integriteiteisen, solvabiliteitseisen alsmede diploma-eisen voldoen.

Om te mogen bemiddelen is een combinatie van diploma's nodig.
Indien de betreffende combinatie van diploma’s niet aanwezig is dan dient de kennis intern geborgd te worden.

Om een WFT vergunning te verkrijgen hebben assurantie tussenpersonen, pensioenadviseurs en andere financieel dienstverleners diploma’s nodig.

De minister van financiën bepaalt via het besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGFO) welke eindtermen bij ieder (e) door de financieel dienstverlener benodigd WFT Diploma / WFT vergunning  horen. Dit doet hij aan de hand van het advies van het CDFD.

Heeft u eenmaal een WFT diploma dan dient u deze door middel van permanente educatie (=Pe) trainingen of examens geldig te houden.